“En weer voel ik de telefoon trillen, Nina’s nummer. Zou hij háár telefoon gebruiken? Ik plas bijna in mijn broek van de zenuwen, ik durf niet op te staan om naar de wc te gaan. Ik voel de hete tranen over mijn wangen biggelen. De drang om op te nemen is sterk. Ik bied weerstand en doe het niet. Dan houdt het trillen op…
Ja, nu weet ik het zeker: dat was Richard."